E-nummers of Additieven
Vers versus conserveren
Bij vers denken we al snel aan net geplukt of zojuist van het land af gekomen. Helaas is deze veronderstelling niet altijd juist. Zo zijn appels in de winkel al gemiddeld 10 maanden oud. Zo doet verse spinazie er anderhalve dag over om in de winkel te belanden, terwijl diepvriesspinazie in enkele uren wordt bewerkt van land tot pak. Verse groenten bevatten per definitie niet meer vitamines en mineralen dan diepvriesgroenten. Conserveringsmethoden Om voeding zo lang mogelijk vers te houden bestaan meerdere conserveringsmethoden. De bacteriën, schimmels en gisten die voeding doen bederven, worden door deze methoden gedood, of in hun groei afgeremd. Bacteriën worden gedood door sterilisatie: verhitting tot een temperatuur van circa 110 graden. Lang houdbare zuivelproducten worden gesteriliseerd. Verse melkproducten worden gepasteuriseerd. Het deel van de bacteriën dat ervoor zorgt dat de melk zuur wordt, wordt gedood door verhitting tot ongeveer 75 graden. Andere conserveermethoden zijn pekelen, roken, drogen en toevoegen van suiker of kruiden. En uiteraard het inblikken en inpotten. Producten in blik of pot zijn eerst gekookt om de micro-organismen te doden. De groei van micro-organismen in diepvriesproducten wordt afgeremd door de lage temperatuur. Om de houdbaarheid van een product te verbeteren kunnen ook conserveringsmiddelen worden toegevoegd. Deze middelen remmen de groei van bacteriën, schimmels en gisten. Conserveringsmiddelen zijn additieven die u terugvindt op het etiket van een product als E-nummer. Additieven Additieven zijn hulpstoffen die om bepaalde redenen aan producten worden toegevoegd. Bijvoorbeeld om de houdbaarheid te verlengen, maar ook om de kleur of uiterlijk van het product te verbeteren.
Additieven zijn te herkennen aan de E-nummers. De E staat voor goedkeuring door de EU. Er zijn meerdere categoriën E-nummers:
1 E100-180 Kleurstoffen
2 E200-252 Conserveermiddelen
3 E300-321 Anti-oxidanten (gaan bederf tegen)
4 E400-495 Geleermiddelen, emulgatoren, stabilisatoren en
verdikkingsmiddelen
5 E500-585 Zuurteregelaars, antiklontermiddelen en rijsmiddelen
6 E600-650 Smaakversterkers
7 E900-914 Glansmiddelen en anti-schuimmiddelen
8 E938-948 Verpakkingsgassen
9 E950-967 Zoetstoffen
10 E900-1520
Overige hulpstoffen Fabrikanten zijn verplicht alle toevoegingen aan een product te vermelden op het etiket. Stoffen met een E-nummer zijn veilig bevonden waar ze voor gebruikt worden..Helaas zijn sommige stoffen omstreden, maar noodzakelijk te gebruiken.
E210, benzoëzuur, is een noodzakelijk conserveermiddel voor stoffen die zeer gevoelig zijn voor schimmelbederf. Pindakaas, bijvoorbeeld. Van nature kunnen er in pindas schimmels voorkomen die gevaarlijker stoffen maken dan benzoëzuur (aflatoxines, een zeer kankerverwekkende groep stoffen).
Omdat benzoëzuur deze schimmels het meest kan helpen voorkomen mag het gebruikt worden.
E-nummers vermijden Additieven zijn niet gevaarlijk. Maar wat als u ze toch liever niet gebruikt?
Light-producten en kant-en-klaarmaaltijden bevatten relatief veel additieven. Matig de consumptie hiervan. Kies verder voor producten die zo weinig mogelijk bewerkt en behandeld zijn. Producten die een onnatuurlijk felle kleur hebben bevatten vaak kleurstoffen. Let ook op zoetstoffen: kinderen overschrijden vrij snel de veilige grens van specifieke zoetstoffen zoals sorbitol en cyclamaat.
Bronnen: Voedingscentrum Food-info.net