Voor het onderzoek van de Amsterdamse universiteit werden ratten in een kooi gezet waarin vijf lampjes
 waren aangebracht met gaatjes eronder. Als een lampje brandde, moesten de ratten hun snuit zo snel
 mogelijk door het bijhorende gaatje steken. Dat leverde een beloning op. Ratten die in hun puberteit nicotine
 kregen toegediend, presteerden 5 tot 10 procent slechter.

' Op het moment dat van hen heel veel aandacht werd gevraagd, misten ze af en toe een lampje', zegt
 onderzoekster Sabine Spijker in De Volkskrant. Hun concentratievermogen bleek als gevolg van de
 blootstelling aan nicotine achteruitgegaan, hun impulsiviteit net omhoog.

 Minder concentratie

' Als je dit naar mensen zou vertalen, heb je het over jongeren die met roken beginnen tussen hun twaalfde en
 zestiende', zegt Spijker. 'In hun latere leven zouden dat werknemers zijn die het op zich prima doen. Maar
 zodra het heel moeilijk wordt en er veel van hen wordt gevraagd, haken ze eerder af dan anderen. Dan
 kunnen ze hun aandacht er niet helemaal bijhouden.'

 De onderzoekers ontdekten dat de nicotine bij pubers leidt tot een blijvende afname van een specifiek eiwit,
 mGluR2, in het deel van de hersenen dat aandacht en concentratie reguleert. Het eiwit kan wel met
 medicijnen gestimuleerd worden, en zo kan ook de verminderde aandacht gestimuleerd worden, maar dit 
 werkt enkel tijdelijk.

 Volwassen hersenen

 Ratten die alleen op volwassen leeftijd nicotine binnenkregen, hadden geen last van blijvende problemen,
 omdat hun hersenen al gevormd waren.

 De hersenen van ratten en mensen lijken sterk op elkaar. Volgens de onderzoekers zijn de effecten bij
 mensen dan ook vergelijkbaar, en veroorzaken verslavende stoffen zoals nicotine dus blijvende schade aan
 jonge hersenen.

 Maar dergelijk onderzoek valt bij mensen niet te herhalen, om ethische redenen: de jonge mensen die er aan
 zouden deelnemen en dus zouden leren roken, zouden een te grote kans lopen om verslaafd te geraken aan
 de sigaret.